Bijlage 1
ntfu
nederlandse wielersportbcnd
Basisafspraken
Wielrennen in een groep
- Er wordt als groep gereden. Dus samen uit, samen thuis.
- Er wordt rekening gehouden met nieuwe fietsers in de groep.
- De voorste fietsers waarschuwen andere weggebruikers tijdig en vriendelijk.
- Als iemand het tempo niet aan kan, laat de wegkapitein de betreffende persoon op de tweede rij fietsen en/of wordt het tempo aangepast.
- Bij een klim wachten we bovenaan tot de laatste boven is (niet meteen weer vertrekken; gun ook de laatste dat hij of zij op adem komt).
- Er wordt altijd met de handen op of bij de remmen gereden.
- Je voert niet rijdend, achteromkijkend een gesprek.
- Nooit abrupt van richting veranderen of remmen, maar langzaam uitrijden.
- Als men in de berm rijdt niet de weg/het fietspad weer oprijden maar remmen en stoppen en voorzichtig de weg weer op gaan.
- Niet mobiel bellen (of andere apparatuur bedienen) tijdens het fietsen.
- Wees alert en blijf geconcentreerd.
- Elke fietser wordt geacht persoonlijke gegevens (identificatie) bij zich te dragen.
- Drink en eet op tijd, maar wel op een rustig moment.
- Bij pech (bijvoorbeeld lek) rijdt iedereen naar een veilige plek. Ga, indien mogelijk, van de weg of fietspad af. Er wordt gewacht en geholpen bij de reparatie.
- De tochten zijn geen wedstrijden, je houd je aan de verkeersregels.
- Ga uit van groepen van maximaal 14 personen, maar splitsje groep op in kleinere groepen indien nodig (bv drukte op de route, smalle paden).
- Bij twijfel over de richting, rustig rechtdoor fietsen (indien mogelijk).
- Iedereen wordt geacht te fietsen op een goed onderhouden fiets.
